Door Bert Joris
Waarom we pas vooruit raken als we de bodem niet langer opsplitsen
Wie vandaag met bodemzorg bezig is, merkt al snel dat het geen technisch vraagstuk is, maar een maatschappelijk transitieverhaal. We weten steeds meer over onze bodem en tegelijk wordt het steeds moeilijker om die kennis te vertalen naar acties. De PFAS-crisis maakte dat pijnlijk duidelijk: wat we dachten te beheersen, bleek veel complexer, diffuser en hardnekkiger dan we konden vatten.
Toch blijft de reflex bestaan om het probleem op te knippen: een norm hier, een saneringsplicht daar, een sector die zijn stukje optimaliseert. Maar precies dat opsplitsen (ooit bedoeld als oplossing) is vandaag een van de grootste drempels geworden.
Wat is een bodem eigenlijk?
Vraag tien experten wat “bodem” betekent, en je krijgt tien verschillende antwoorden.
- Voor de landbouwer is het een productieve laag.
- Voor de ecoloog een levend ecosysteem.
- Voor de industrieel een mogelijke bedrijfslocatie.
- Voor erfgoedexperten een archief van menselijke geschiedenis.
- Voor ruimtelijke ordening een drager van functies.
Allemaal kijken ze naar hetzelfde object, maar elk vanuit een ander venster. Elk perspectief is legitiem én tegelijk onvolledig. Zolang iedereen vanuit zijn eigen koker blijft optimaliseren, ontstaat er frictie. Want de bodem is één systeem, maar hoe we ermee omgaan, is dat niet.

Het probleem definiëren is al een uitdaging op zich. Wat voor de ene actor een oplossing is, kan voor de andere een nieuw probleem creëren. Waar de ene sector naartoe wil werken, botst soms met de prioriteiten van een andere. Daarom is dialoog geen luxe, maar een noodzaak. Alleen in gesprek kunnen we ontdekken wat “goed genoeg” betekent voor iedereen samen, in plaats van perfect voor één partij.
De vraag is dus niet: hoe maken we de landbouwbodem gezonder? of hoe verlagen we de risico’s voor sanering? De vraag is: hoe organiseren we onze samenwerking zó dat al die perspectieven elkaar versterken in plaats van tegenwerken?
De kloof tussen wetenschap en realiteit
We weten vandaag meer dan ooit over vervuiling, bodemprocessen en chemische stoffen:
- We meten preciezer dan vroeger.
- We stellen normen vast, maar beseffen dat die in de toekomst misschien achterhaald zijn.
- We detecteren stoffen in ppm, maar kunnen niet altijd duiden wat dat betekent voor onze gezondheid.
Wetenschap beweegt voortdurend. Regelgeving veel trager. Want alles verandert snel en fundamenteel en onze structuren zijn daar nog niet op afgestemd.
Dit voortschrijdend inzicht uit de wetenschap vraagt een delicate balans: enerzijds wendbaar genoeg blijven om bij te leren en aanpassingen te maken wanneer nieuwe kennis dat vraagt. Anderzijds pragmatisch en redelijk genoeg zijn om niet verlamd te raken in afwachting van perfect bewijs. De uitdaging is niet om te wachten tot we alles weten, maar om te handelen met wat we nu weten, terwijl we alert blijven voor nieuwe inzichten.
Governance die verbindt in plaats van opdeelt
In gesprekken met stakeholders valt iets op: er is veel openheid, veel bereidheid om samen te zoeken. Maar zodra iedereen terugkeert naar zijn eigen organisatie, ontstaat het risico dat men opnieuw in de vertrouwde silo’s denkt. Niet uit onwil, maar omdat het systeem zo gebouwd is.
Transitie vraagt dus niet alleen nieuwe oplossingen, maar een nieuwe manier van samenwerken. Verregaande samenwerking – zoals bodemzorg die vraagt – kan niet met de governance van gisteren. We hebben structuren nodig die:
- Voorbij beleidslijnen en sectorgrenzen kunnen denken en handelen
- Ruimte maken voor experimenteren en leren, niet enkel voor uitvoeren
- Omgaan met onzekerheid in plaats van deze weg te organiseren
- Verantwoordelijkheid niet afschuiven maar delen
- Verschillende soorten kennis – van wetenschapper tot practicus – gelijkwaardig aan tafel brengen
Dit vraagt een verschuiving van ‘wie beslist?’ naar ‘hoe beslissen we samen?’ Van hiërarchie naar netwerk. Van control naar faciliteren. Dat is geen zachte keuze, maar een pragmatische: complexe systemische vraagstukken los je niet op met commando-structuren.
Hoe bodemzorg er in de toekomst uitziet, kunnen we samen ontwerpen. Niet door één waarheid te zoeken, maar door meerdere waarheden naast elkaar te leggen en te verbinden. Een governance die niet kiest tussen perspectieven, maar ze samenbrengt. Een proces dat niet vertrekt van “wie heeft gelijk?”, maar van “wat hebben we samen te doen?”.
Bodemzorg is ook een verhaal van rechtvaardigheid
Wie draagt verantwoordelijkheid? Wie betaalt de kosten? Wie plukt de baten, vandaag én in de toekomst?
Neem het voorbeeld van blusschuim dat jarenlang werd gebruikt op luchthavens, in brandweerkazernes en industriële sites. Het werd ingezet om levens te redden en grote rampen te voorkomen, volledig volgens de toen geldende normen en aanbevelingen. Niemand twijfelde aan de noodzaak of veiligheid ervan.
Vandaag weten we dat datzelfde schuim PFAS bevatte die in de bodem en het grondwater zijn terechtgekomen, met langdurige gevolgen voor mens en milieu. De vraag is dan: wie draagt de verantwoordelijkheid? De brandweer die handelde in het algemeen belang? De bedrijven die het product op de markt brachten? De overheid die het gebruik voorschreef? Of de omwonenden die nu met de gevolgen leven?
Wat toen een verstandige keuze leek, blijkt achteraf een bron van schade. Dat maakt pijnlijk duidelijk hoe moeilijk het is om met de kennis van vandaag te oordelen over de beslissingen van gisteren én hoe onrechtvaardig het kan zijn om de kosten eenzijdig bij één actor te leggen.
En nog fundamenteler: kan je een bodem eigenlijk bezitten? Of leen je die van toekomstige generaties?
Dat is geen filosofische vraag, maar een praktische. Eigenaarschap bepaalt wie beslist, wie betaalt, wie verantwoordelijkheid draagt. En zolang we bodemzorg zien als iets dat “van iemand” is, blijven we oplossingen zoeken binnen dat beperkte kader.
Waarom het nu wél nodig is
Lange tijd leek het niet nodig om bodemzorg breed te bekijken. De problemen waren kleiner, de kennis beperkter, de urgentie minder voelbaar. Maar precies omdat we vandaag meer weten en omdat de gevolgen van vervuiling zichtbaarder worden, kunnen we niet anders dan erkennen dat het systeem anders moet.
De mensen in de bodemsector hebben alles in huis: passie, expertise, engagement, vakmanschap. Het ontbreekt niet aan kennis of wil. Het ontbreekt aan een systeem dat hen vlot laat samenwerken.
De rol van een externe partner
Als systemen vastlopen, biedt een begeleider die het proces bewaakt iets wat je zelf niet kan bieden: veilige ruimte om ongemak te dragen en samen oplossingsrichtingen te bedenken in het licht van een duurzame samenleving.
Met Tweeperenboom maken we ruimte voor meervoudigheid, maken we spanning hanteerbaar en maken we betrokkenen mee verantwoordelijk voor stappen vooruit, en niet louter voor de probleemanalyse.
Zit jouw organisatie ook vast tussen wat nodig is en wat het systeem toelaat?
Weet ons te vinden