De zorg kraakt. Niet alleen onder de druk van vergrijzing, personeelstekorten en oplopende kosten, maar ook onder de logica waarmee ze is opgebouwd: genezen wat ziek is, organiseren wat meetbaar is.Wat als we zorg anders definiëren? Wat als we ons terug laten leiden door gezondheid, levenskwaliteit en gemeenschapsgevoel? Tweeperenboom ging in gesprek met Saskia Vandeputte (Tweeperenboom) en Gijs Diercks (DRIFT Nederland).
Zorg is meer dan genezen
De zorgsector is georganiseerd rond het herstellen van ziekte, en rond facturatie op basis van prestatie. We hebben de eerstelijnszorg versnipperd in aparte hokjes en enorm geprofessionaliseerd. De balans is doorgeslagen. Gijs Diercks (DRIFT) benoemt het treffend: “We geven heel veel geld uit aan zorg, terwijl de fysieke en mentale gezondheid van de samenleving achteruitgaat.”
Saskia Vandeputte (Tweeperenboom) ziet dat ook in haar werk met huisartsenpraktijken: “Een voorbeeld: de klassieke 15 minuten consultatie, naast elkaar in aparte kabinetten, dat is niet langer houdbaar als enige en dominante manier van werken. Toch blijft het de norm, omdat het systeem eromheen (van verloning tot opleiding) dat gedrag stimuleert.”
Wat noemen we eigenlijk zorg?
Gijs stelt dat zorg een afbakening is die we ooit hebben gekozen. “Dit heet dan zorg, en dat heet dan geen zorg.” Domeinen als voeding, mobiliteit en leefomgeving hebben minstens evenveel impact op gezondheid, maar vallen buiten het klassieke zorgsysteem.” Gijs pleit voor een bredere definitie van zorg als maatschappelijke verantwoordelijkheid, niet enkel als medische interventie. Zorg is niet alleen wat in het ziekenhuis gebeurt, maar ook wat in de buurt, op school of in de keuken ontstaat.
Preventie als underdog
Zorgprofessionals willen wel vaak meer inzetten op preventie, maar botsen mechanismen die hen daar niet voor belonen. “Preventie is geen probleem, en dus krijgt het geen aandacht, weinig middelen en minder status.”, aldus Saskia.
Gijs vult aan: “We focussen op het oplossen van problemen, niet op het voorkomen ervan.” Dat leidt tot een zorgsysteem dat steeds meer moet doen, maar steeds minder ruimte heeft om te ademen.
Kijken door een rietje
Een terugkerend beeld in het gesprek is dat van de silo of pijler. Zorgprofessionals, beleidsmakers en onderzoekers: iedereen kijkt vanuit zijn eigen koker naar het probleem. “We kijken door een rietje,” zegt Gijs. Dat leidt tot fragmentatie: elk domein optimaliseert zijn stukje, zonder zicht op het geheel. “Iedereen volgt zijn eigen logica, en daardoor verliezen we het grotere plaatje uit het oog.” Gijs haalt het voorbeeld aan van medisch specialisten die pleiten voor fietshelmen zonder meer, terwijl ze breed moeten kijken naar volksgezondheid. Een fietshelm verplichten als solo-maatregel zorgt ervoor dat mensen minder fietsen, en dus minder bewegen, en dus minder gezond zijn. Gijs lacht: “Eigenlijk moeten ze pleiten voor blonde pruiken, want blijkbaar val je dan op in het verkeer. Of veilige fietsinfrastructuur uiteraard, want zo’n discussie rond fietshelmen maakt ons blind voor het echte probleem: de nood aan mobiliteitsplannen waarbij fietsers het uitgangspunt vormen.”
Nood aan meer samenwerking
Saskia vult aan: “We missen de verbinding, het benaderen en dat silo-denken maakt samenwerking moeilijk, en transitie traag. Want wie alleen vanuit zijn eigen expertise kijkt, ziet vooral wat hij al wél kent.”
Saskia benoemt ook dat zorgprofessionals vaak niet opgeleid zijn om samen te werken, zowel binnen een praktijk als tussen organisaties. “Dat is niet de core competentie van die mensen.” “Het systeem is niet ontworpen voor collectieve zorg, en dat zie je terug in de opleiding, de infrastructuur en de verloning. Samenwerken vraagt dus niet alleen goede wil, maar ook een herontwerp van hoe we zorg organiseren en ondersteunen.”
Goede voorbeelden zetten dingen in beweging
Toch beweegt er iets. In Vlaanderen zijn er initiatieven rond zorgzame buurten en hospiscores, waarin lokaal gezocht wordt naar wat nodig is en wat er al is. In Nederland zijn er voorzorgcirkels, buurtzorgcoöperaties en modellen als Centering Pregnancy, waarbij zwangere vrouwen samen begeleiding volgen en nadien elkaar blijven ondersteunen en ervaringen uitwisselen.
“Er zijn mensen en organisaties die denken: dit zijn de middelen die we hebben (mensen, geld, tijd, ruimte, netwerk) en hoe zetten we die anders in?” zegt Gijs. Het zijn geen grote systeemveranderingen, maar ze tonen wel dat het anders kan.
Experimenteren als noodzaak
Die voorbeelden ontstaan niet vanzelf. Ze vragen ruimte om te proberen, te falen en te leren. “Het is nodig om dingen te kunnen proberen op een behapbare schaal,” zegt Saskia. Woonzorgcentra, multidisciplinaire praktijken, eerstelijnszones: ze experimenteren met nieuwe vormen van zorg, vaak onder de radar. Die experimenteerruimte is cruciaal voor transitie. Zonder het kleine, geen beweging in het grote. Cruciaal is dat we onze verbeeldingskracht gebruiken en de oplossingsruimte vergroten. Zo bestaat er in Duitsland een programma (Gesundes Kinzigtal) waarbij huisartsen en andere zorgverleners worden vergoed op basis van gezondheidswinst voor een bepaalde populatie. Niet perfect, en niet overal haalbaar, maar het is wél een manier van omdenken in functie van wat we willen bereiken: gezonde mensen.
Stoppen is hard werken
Transitie is niet alleen opbouwen, het is ook afbouwen. Gijs haalt het concept ‘exnovatie’ aan: bewust stoppen met praktijken die niet meer werken. “Er worden nog superveel behandelingen uitgevoerd waarvan bewezen is dat die weinig effect hebben.” Preventief melktanden trekken, antibiotica bij virale klachten, overdiagnosticering, … maar ook verplichte verwijsbrieven en administratieve procedures: het blijft taboe om vanuit gezond verstand zaken in vraag te stellen. Sommige interventies komen vooral zorgverleners of instellingen ten goede: de prikkels voor overproductie zijn erg groot. Net daarom vraagt stoppen morele moed, want het brengt verlies met zich mee. Verlies van status, macht of geld. Het gooit gewoontes overhoop, zorgt voor juridische angst en gooit eeuwenoude logica’s op de schop. Maar het is nodig om ruimte te maken voor het nieuwe. “Stoppen is hard werken,” vult Gijs nog aan. De Choosing Wisely campagne is daarbij inspirerend.
Iedereen is de zorg
Zorg is niet alleen iets wat je ontvangt, maar ook iets wat je geeft. “Wij zijn zorgdragende wezens,” zegt Gijs. Die logica vraagt om andere structuren, waarin buren, vrienden en lokale netwerken een rol krijgen. Niet als vervanging van professionele zorg, wel als aanvulling.
Gijs verwijst naar Lynn Berger en haar pleidooi om zorg te zien als iets universeels. Zorg is niet iets wat je pas doet als je diploma’s hebt, maar iets wat in elke mens leeft. “Zorg is niet iets wat je ontvangt, maar iets wat je geeft.” Die visie opent de deur naar een samenleving waarin zorg niet wordt uitbesteed, maar gedeeld.
Net zoals je ook niet in de file staat, maar de file bént. Zo is het ook bij de zorg: je doet niet enkel een beroep op de zorg, je maakt er ook deel van uit.
De toekomst: ademruimte en eigenaarschap
Hoe ziet zorg eruit als het lukt? Meer ademruimte, meer voldoening en meer differentiatie. “Mensen lopen zichzelf niet meer achterna, maar kunnen weer zorgen voor mensen,” zegt Saskia. Eigenaarschap komt bij de burger, de patiënt. Niet als last, maar als gedeelde regie.